V.I.P.’s

André Lenaerts

André Lenaerts
André Lenaerts
leeft verder in de harten van al die hem gekend hebben. Een fantastisch man die iedereen kon boeien door zoveel wijsheid, kennis en ervaring; een fantastisch man die iedereen kon ontwapenen met zijn goed humeur en zijn warme lach; een fantastisch man die iedereen kon doen samenwerken door zijn mensenkennis en voorbeeldfunctie; een fantastisch man die voor iedereen klaar stond om te helpen waar nodig. Moeten we het dan nog over duiven hebben?
De verenigingen waar hij zijn schouders heeft ondergezet hebben het geweten. Zijn organisatietalent was uniek. Het secretariaatswerk en de boekhouding waren tot in het kleinste detail afgewerkt. Millimeterwerk.
De duivenmaatschappij van Oplinter heeft hij 20 jaar geleid. Iedere zaterdag was alles piekfijn geregeld als de eerste liefhebbers toekwamen. Iedere zondag was hij als eerste op de afspraak. Voor de liefhebbers was het ook elke keer thuiskomen. Hij stond iedereen altijd op te wachten. Sinds zijn plots heengaan op 4 oktober 2007 is er veel veranderd maar de fundamenten van het hedendaags beleid heeft hij met eigen handen uitgegraven. Het huidige bestuur kan André hoogstens imiteren in al wat hij voor de duivensport in Oplinter gedaan heeft. Hem vervangen is dan ook een onmogelijke opgave.

Jaarlijks wordt er een trofee opgedragen aan André.

 

Jef Moens, secretaris van 1950 tot 1987


Jef MoensJef Moens
was de zoon van Emilienne Laudes en Jules Moens. De lokaalhouders waren dus zijn oom en tante. Jef werd in 1950 secretaris van de duivenmaatschappij in opvolging van Kamiel Timmermans die verkaste naar Verbroedering Tienen. Als bediende bij de Boerenbond in Leuven had Jef dus wel administratieve vingers. Hij bleef alle briefwisseling en financiën opvolgen tot aan zijn dood in 1987
Onder zijn bestuur, want de voorzittersfunctie was een eerder protocollaire functie, werden korven en duivenklokken ‘Toulet’ aangekocht. Deze klokken werden wel door stichtende leden met privé-centen gekocht. Jef telde iedere zaterdag de souches uit en op zondag zorgde hij voor de ‘aftrek’- het ajusteren van de klokken ten opzichte van de moederklok. Hij zat jaren op zijn vaste plaatse aan zijn vaste tafel.
Boeken met afstanden, verslaggeving van vergaderingen vanaf 1950 dragen zijn handschrift als waarmerk. Jef was tot ver buiten Oplinter gekend was vanwege zijn kennis en stipte toepassing van de reglementen van de Belgische Duivenbond. Samen met enkele vertrouwelingen en vrienden heeft hij het beste van zijn leven opgeofferd aan de duivensport. Als vrijgezel was hij uren bezig met de boekhouding, een voorbeeld van ‘millimeterwerk’. Hij kende dan ook alle duivenliefhebbers van het Hageland.
Hij was streng, ook voor zijn vrienden en de reglementen en statuten van de maatschappij waren heilig. Zij die niet in regel waren met hun lidgeld werden gestraft maar zij kregen amnestie het jaar nadien. Dit ter gelegenheid van één of andere gebeurtenis.
Als er s ’avonds één frank mankeerde in zijn kas telde hij desnoods tot s ’nachts voor hij de fout gevonden had. Dit tot wanhoop van de cafébaas die wou gaan slapen en voorstelde het geld bij te passen. Geen sprake van.

Hij is zonder meer de geestelijke vader van de maatschappij.

 

Louis Laudes, schatbewaarder van 1935 tot 1975

Louis Laudes
Louis Laudes met zijn topduif uit 1967 ‘ de Vandermeeren’

Louis Laudes was één van de stichtende leden en broer van de lokaal houder. Zijn duivenhokken bevonden zich op de zolders boven de keuken en de schrijnwerkerij. Zijn hokken, waar er tot in 2008 op gespeeld werd, zijn nog steeds de stille getuige van de legendarische overwinningen die diens duiven ooit behaald hebben.
Louis had uitstekende duiven voor de verre afstanden. Korte snelheid vond hij maar niets. Uitstekende duiven en een scherp mes waren zijn geheimen om te komen tot een hokbestand om fier op te zijn. Louis woonde aan de Ganzendries maar was iedere dag van s ’morgens paraat in de schrijnwerkerij. Als schrijnwerker herstelde hij met gemak alle duivenkorven. En op zaterdag was hij op post om de gewonnen prijzen uit te betalen en dit steeds met een woordje van troost voor zij die geen prijs hadden gespeeld.
Zijn geheim voor de duivensport: het klein wildzaad uit een klein schuifje van de pikdorser van Petrus Stouthuysen, de loonwerkers van Oplinter. Louis haalde verscheidene overwinningen op grote wedstrijden. Talrijke oude diploma’s en medailles zijn hiervan het bewijs.

Louis Laudes was een fan van de verre drachten. 

Emiel en René Holsbeekx

 

De familie Holsbeekx heeft een groot aandeel in de bestaansgeschiedenis van deEmiel maatschappij. Vader Louis was een stichtend lid en bleef op post tot aan zijn dood in 1958. Emiel en René volgden vader Louis tot in de maatschappij. Emiel die beambte was aan ‘den ijzerenweg’ was de man die de klokken deed ‘tikken’. Rene, die in het onderwijs stond, de helpende hand en meestal schrijver van dienst.

Emiel regelde de uurwerken op zaterdag, las ze af op zondag en repareerde de toestellen die wat ‘uit kadans’ waren in de week. Emiel kende de toestellen dan ook van binnen en van buiten. Weinig toestellen moesten naar Toulet-Vanbael in Brussel (het fabriek) voor herstelling omdat Emiel ze allemaal zelf herstelde. Geen enkele maatschappij uit de streek had in die jaren zo een genie in haar rangen. Het aflezen van de toestellen deed hij minutieus en niemand zou hem in de maling genomen hebben. Bedrog was gewoon bij hem onmogelijk. Het aflezen was precisiewerk, zeker in die tijd toen er nog wat geld gezet werd op de duiven. Zijn doorgegeven kennis komt ons vandaag nog van pas.

Rene

Rene holsbeekHielp zijn broer Emiel bij het regelen en aflezen van de toestellen. Jaren zat hij op zondag naast broer Emiel om de afgelezen constataties in steno te noteren. Wat het ging snel en het moest juist zijn. Dankzij Rene was er jarenlang een continuïteit wanneer er veel duiven waren of wanneer broer Emiel weerhouden was. Toen broer Emiel stopte bleef hij nog enige tijd de maatschappij verder depanneren. Had een grote zin voor humor wat door velen geapprecieerd werd.

De maatschappij zal deze ‘vakmensen’ en ‘buren’ broers eren door vijfjaarlijks een trofee aan hen op te dragen.

Emiel en Rene waren de ‘Louis Zimmer’s’ van onze maatschappij.

Fons Allard, de PR man avant la lettre, een ambassadeur

Fonske

Fons Allard was onze ambassadeur.

‘Fonske’ voor de vrienden, was het oudste lid van de maatschappij, letterlijk en figuurlijk. Zijn heengaan eind mei 2013 was een zware aderlating voor de duivensport in Oplinter. Over de seizoenen heen, was hij begaan met het reilen en zeilen van onze maatschappij. Hij was steeds paraat bij iedere gelegenheid. Om te werken en om te feesten. Zijn grootste aandeel was het verzorgen van de public relations van de maatschappij. Het ronddragen van de uitslagen en van ander duivennieuws (uitnodigingen, waarborgen,..) in Oplinter en de buurtgemeenten met zijn blauwe Renault was zijn ding. Overal werd hij met open armen ontvangen voor het wekelijkse duivenpraatje. Hij was bovendien gedreven om kaarten te verkopen ten voordele van de jaarlijkse eetgelegenheid van de maatschappij. De meerwaarde die hij bracht voor de maatschappij was groot. Bij het inkorven was hij het die de duiven voorzag van drinkwater. Hij was bekommerd voor het welzijn van de duiven. Ook droeg hij de verantwoordelijkheid bij de duiven te blijven tot vergezeller Vanderstukken ze had opgehaald. Zelf was Fons nooit een begenadigd duivenspeler geweest maar zijn liefde voor de duivensport kende geen grenzen. Iedere maandag ging hij verloren gevlogen duiven ophalen om naar een opvangcentrum in Kapellen-Glabbeek te brengen, in de hoop dat de dieren terug bij de eigenaar zouden geraken. Fons speelde al enkele jaren niet meer met de duiven maar had nog een mooie collectie zitten. Blauwe, geschelpte, witte, zwarte, rosse, … alle kleuren bevolkten zijn hok. Had iemand een eitje of een jong duifje nodig om te verleggen, één adres: bij Fons. Iedere zondag ging bij vrienden op de duiven te wachten. Hij had bijna steeds als eerste de eerste duif opgemerkt. Ook die ene keer toen de duif al op het dak zat en niemand ze had zien ‘vallen’. Iedere keer kwam hij binnenvallen met de vraag: ‘en mannen, geen nieuws?’. Fons was een zeer gevoelig man. Hij kende als geenander de waarde van het leven. Geld was nooit zijn drijfveer geweest. De verhalen van zijne goeie zwarte, een duif die nu al ongeveer 50 jaar dood moet zijn, waren gemeengoed. Ook kende hij de vele anekdotes die Oplinter en haar duivensport. Met veel heimwee naar vervlogen tijden kon hij vertellen hoe de duivensport er voor en na WO II er aan toe ging. Ook kreeg hij bij het 75 jarig bestaan van de maatschappij in 2010 de ‘trofee van verdienstelijk vrijwilliger van de sport’ uit handen van burgemeester Logist.

Jaarlijks wordt er een trofee opgedragen aan Fonske.  

Deze pagina is in opbouw. Hier worden nog andere mensen toegevoegd.